zondag 1 mei 2016

1940. 1940.

Dit is Benno Troostwijk, geboren op 1 januari 1927 in een huis op Bij de Put. Hij opende vanmiddag de Open Joodse Huizen in Leeuwarden: je mocht een paar huizen binnen op Bij de Put, wat vroeger het centrum van de joodse buurt was. Je kon daar op zondag boodschappen doen, vertelde mem wel eens, wat vaak een uitkomst was.

Naast die huizen kon je ook in de voormalige synagoge (nu dansschool Saco Velt), in de huidige synagoge (vroeger de kosterswoning), in de voormalige dansschool Terpsichore (nu het huis van mijn buren) en de joodse school, bij mij op de hoek.

Troostwijk heeft er zelf nog op school gezeten. Zo'n joodse school, daar ging je drie keer in de week heen naast de gewone lagere school, begreep ik, ondermeer om Hebreeuws te leren. Al voetbalde hij liever, Troostwijk had er toch goede herinneringen aan.

Naast hem was een klassenfoto opgehangen en hij liet ons raden waar hij stond. Uiteindelijk wees hij het aan, een man met krullen links in de achterste rij. We hadden het allemaal mis.

Hij wees ook een vrouw aan, verderop in die rij. ,,Dat is mijn zuster'', zei hij. ,,Die is gedeporteerd.''

Eerst vertelde hij over de leuke tijd op school, en over zichzelf, en over hoe goed hij vroeger was in het onthouden van jaartallen.

Toen zei hij: ,,1940'', en herhaalde dat een beetje zuchtend: ,,1940.''

Hij vertelde er nogal nuchter over. In het begin ging het nog, toen kwamen de verboden voor joden-bordjes bij het Vossepark, de Prinsentuin en andere parken, toen mochten ze niet meer bij mensen thuis komen en de klas verkleinde ook voortdurend. Mensen werden gedeporteerd, of ze doken onder.   ,,Ik heb ze allemaal gekend en mee op school gezeten'', zei hij.

In februari 1943 stopte het joodse onderwijs. ,,Het schrijnt wel, als je die klassenfoto ziet'', zei hij en vroeg een minuut stilte.

We konden hem van alles vragen, of hij het naar vond om met een jodenster op zijn jas te lopen (niet echt), of Leeuwarden voor die tijd erg antisemitisch was (hij had er als kleine jongen nooit iets van gemerkt).

Heel exclusief, overigens: het Joodse kerkhof, waar je normaal niet op komt omdat er een stevig hek voorstaat en er rondom een brede sloot ligt, was ook opengesteld.

maandag 18 april 2016

Sheer Heart Attack


Omdat ik zo goed mijn best had gedaan bij de metal-cursus laatst, of zoiets, mocht ik bij de uitgebreidere versie daarvan in het café van Neushoorn jureren. Samen met Tamme Oosterhof van Big Bad Wolf Records aan het Vliet.

Die werd door presentator Jacco voorgesteld als iemand die eruit ziet als een echte metalhead, terwijl ik er volgens hem uitzie als een wiskundeleraar. Ik kon het publiek vertellen dat als Tamme metal is, ik meer aluminiumfolie ben, maar dat mijn jongere broer vroeger Black Sabbath, Van Halen en Richie Blackmore's Rainbow draaide, dus dat ik niet helemaal achterlijk ben.

Een van mijn eerste elpees was Billion Dollar Babies van Alice Cooper, schoot me later te binnen, maar dat vinden deze mensen vermoedelijk songfestivalmuziek. Aluminiumfolie.



Ik zat aan de lange tafel achterin, ondermeer met Jan uit Weidum.

,,Hij vond mij een wiskundeleraar'', zei ik tegen Jan.

,,Dat klopt wel', zei hij. ,,Ik ben aardrijkskundeleraar en ik heb net zo'n trui.''

Daar zat ook Frank Hofstede, van de gelijknamige brillenwinkel, en ook van de muziek weet ik nu.

Hofstede vertelde dat hij net een zware hartoperatie achter de rug had, en tijdens de operatie zelfs een hartstilstand had gehad. Dit was een van zijn eerste uitjes. Dan kun je niet anders dan de muntjes die je krijgt als jurylid meteen in een rondje steken, op de goede afloop.  ,,Op het leven!'', zei Frank.

Jacco begon zijn verhaal verrassend met Stone Cold Crazy van Queen. Niet een band die je in dit verband verwacht, maar volgens hem is dit een voorloper van speed metal.

,,Lekker nummer'', zei Frank.

,,Weet je hoe de elpee heet waar het opstaat?'', vroeg ik.

,,Jawel'', zei hij. ,,Sheer Heart Attack.''

(De foto's zijn van Oscar Anjewierden. De eigenaardige belichting op de onderste is van Neushoorn. Laten we het Walking Dead Metal noemen)

vrijdag 15 april 2016

Zes toetjes en de bevrijding


Een jaar geleden waren er achttien Canadezen in Friesland, allemaal zo'n beetje in de negentig, die als jonge militairen bij de bevrijding van Leeuwarden, op 15 april 1945, en de dagen erop de rest van Friesland waren geweest.

Op vijf mei maakten ze in oude legervoertuigen een rit door Leeuwarden en ik reed mee. Hoewel ik een beetje probeerde weg te duiken, hebben Niels Westra (hierboven) en Stef Altena (links) me toch op de foto gekregen.

Voor me zit Don White, die het allemaal fantastisch vond.

In mijn column van vandaag vertel ik dat alle achttien van vorig jaar er nog zijn en dat ze het goed maken, volgens Koos Pot, die contact met ze heeft. Een aantal gaat deze zomer zelfs naar soortgelijke herdenkingen in Italië.

Zojuist belde Hendrik van der Bijl uit Grou. Hij had het gelezen en wilde iets kwijt. Want de eerste dag dat hij de Canadezen zag staat hem nu hij 84 is nog helder voor de geest.

Op 15 april 1945 zaten ze thuis te eten, hij was twaalf, en hij had vanaf de tafel uitzicht op de Stationsstraat.

,,Der komme se oan!'', had hij uitgeroepen.

Even later, beschrijft hij, stonden de zes toetjes die zijn moeder net had neergezet onaangeroerd op tafel. Alles stond op de kade om naar de bevrijders te zwaaien.

,,Ik sil it nooit wer ferjitte'', onderstreepte hij. ,,Ik wie sa ferguld, it wie skitterjend. Dat woe ik jo graach  fertelle.''

zondag 10 april 2016

Le temps qui reste


Jan de Boer,  die in de jaren tachtig directeur was van de Gemeentelijke Sociale Dienst in Leeuwarden en vrijdag tachtig is geworden, presenteerde vanmiddag op het HCL zijn memoires.

De zaal zat propvol, met ondermeer oud-minister Hedy d'Ancona (,,een feministe, maar van het goede soort'', zei de Boer, die haar het eerste exemplaar gaf), haar man Aat Veldhoen, oud-minister Louw de Graaf, eerste Kamerlid Joop Atsma en staatssecretaris Jetta Klijnsma, die binnenkwam toen het al was begonnen.

Ik zat helemaal achterin tussen Lute Spandaw en Ad Fahner, als giebelende schooljongens achterin de bus. Zij konden het niet laten om zwartgallige grapjes te maken over de hoge gemiddelde leeftijd van de bezoekers. ,,Het is hier Andringastate'', zei Spandaw - dat is het crematorium bij Marsum.

Aan het eind was er muziek, gedichten en dans. Mevrouw De Boer danste, Jan las voor. ,,Ik ga nu voorlezen van Serge Reggiani Le temps qui reste'', kondigde hij aan. ,,Dat betekent: de tijd die ons nog rest.''

,,Dan mag hij wel opskiete'', zei Spandaw. ,,Soveul tied hewwe se hier niet meer.''

(De foto, met Rudi Wester, is gemaakt door Ad Fahner. Ik vroeg haar of zij al met haar memoires bezig is, ze is tenslotte met zo'n beetje alle Nederlandse schrijvers op stap geweest toen ze directeur was van het Institut Néerlandais in Parijs. ,,De meesten leven nog, dat doe ik nog maar niet'', zei ze.)


woensdag 6 april 2016

Feest van de democratie


Wel stemmen, niet stemmen - je twijfelt tot het laatste moment. Ik had in mijn column geschreven dat ik alleen zou gaan stemmen op dat referendum over het associatieverdrag met Oekraïne vandaag als het aantal stemmers bij dertig procent zou komen. Hopelijk zou dat niet gehaald worden, dat zou nog beter zijn.

Vanmorgen was het niet druk op het stembureau op het stadhuis, toen ik er even een kijkje nam.

Om kwart voor negen vanavond probeerde ik thuis achter de opkomstpercentages te komen. Laag in Leeuwarden (15 procent), hoog op Vlieland (43 procent - wat is er met dat eiland aan de hand?), veel plaatsen zaten in de twintig. Nog een kwartier voor de stembussen sloten. Wat te doen?

Een kijkje nemen in het stembureau in het stadhuis kon in elk geval geen kwaad. Daar zat nog hetzelfde comité als vanmorgen vroeg, onder voorzitterschap van Marc Jacobs. Ze begroetten een echtpaar met beslagen brillen.

,,We wilden niet, want we zijn tegen het referendum", zeiden die. ,,Maar het moet toch maar even.'' Precies wat ik ook had, zei ik.

,,Zul je zien dat door ons het opkomstpercentage precies op 30 procent komt'', zei de man, die zelfs toen hij zijn briefje in de bus gooide nog twijfelde.

Dat haalde mij over de streep. ,,Laat mij dan maar de laatste zijn'', zei ik en stemde een minuut voor negen. Better safe than sorry.

Daarna bleef ik nog even kletsen en helpen met het op stapeltjes leggen van de stembiljetten. Daarom weet ik nu dat er in het centrum van Leeuwarden 570 stemmen zijn uitgebracht, waarvan 319 voor, 217 tegen, 10 blanco en 7 ongeldig. De mooiste ongeldige was van iemand die onder de hokjes met het rode potlood tekeningetjes had gemaakt. Bij VOOR stond een rond dingetje met pootjes: ,,plofkip'', was er bij geschreven. Bij TEGEN stond een haakje: ,,wassen neus.''


zondag 3 april 2016

The doctors told me it was pneumonia

Op 13 maart is Adrienne Corri overleden, op haar 85-ste. Een in Schotland geboren actrice (echte naam Adrienne Riccoboni) die Shakespearestukken heeft gespeeld, goedkope Engelse films uit de Hammerstudio, als Moon Zero Two, (,,the first moon western''), Vampire Circus en Corridors of Blood en een aantal betere films, als The River van Jean Renoir en Dr Zhivago van David Lean. Maar we kennen haar natuurlijk als Mrs. Alexander.

Dat is de vrouw van de schrijver (Mr Alexander dus) in A Clockwork Orange, die zo dom is de deur open te doen als er wordt aangebeld door iemand die zegt dat hij een ongeluk heeft gehad en even moet bellen. Eigenlijk vertrouwt zij het zaakje niet, en scheept ze de aanbeller af met een smoesje (,,We don't have a telephone''), maar Mr Alexander, die verderop zit te typen zegt: ,,You'd better let them in."

Daar krijgt hij spijt van, want de jeugdbende van Alex dringt het huis binnen, schopt hem in elkaar en verkracht zijn vrouw.

,,Voordat we hem opnamen hebben we een dag of tien aan die scene gewerkt'', vertelde Corri in een interview. ,,We hebben de complete dialoog geschrapt, dat bleek beter te werken.''

Dankzij de foto hierboven (courtesy Warner Bros) weet ik nu dat ze net voor er wordt aangebeld zit te lezen in Clerks and Craftsmen in China and the West: Lectures and Addresses on the History of Science and Technology van sinoloog Joseph Needham. Niet dat het er voor de film veel toe doet, maar toch.

Later als Alex weer aanbelt, maar nu onder andere omstandigheden, vertelt Mr Alexander dat zijn vrouw niet meer leeft. ,,The doctors told me it was pneumonia, but I knew what it was. A victim of the modern age, poor, poor girl'', zegt hij.