maandag 8 februari 2016

Altijd wat met metalmensen

Omdat Hein de Graaf laatst op een Metal-avond in Neushoorn belandde en er niks van begreep maar het hem wel intrigeerde, had hij thuis een metal-les voor dummies georganiseerd. De docenten waren Jacob Haagsma en Jacco de Boer.

Van metal weet ik niet veel, je hebt tientallen soorten en het is een doodzonde om te beweren dat het hetzelfde is als hardrock. Waling had vroeger platen van Black Sabbath, Richie Blackmore's Rainbow en Van Halen, ik was op Lowlands bij Dimmu Borgir en Ministry en twee keer fotograaf bij Into The Grave op het Oldehoofsterkerkhof.

Een stukje dat ik daarover schreef noemde ik Zes Verbazende Dingen over Metal, het is een van de meegelezen stukjes op dit weblog. Overigens krijg ik af en toe reacties van Metalheads dat ik er geen spaan van heb begrepen.

Dus ik was een gemotiveerde leerling, die gretig aantekeningen maakte.

Eerst de les van meester Jacob. Die kwam erop neer dat het genre vele vaders heeft.

Link Wray, Dick Dale, The Kinks, The Yardbirds, Iron Butterfly, MC5, Led Zeppelin, The Who (geloof ik), Muddy Waters (ja echt), Grand Funk Railroad, Black Sabbath, Deep Purple, Iron Maiden, Motörhead, ze horen allemaal thuis in de stamboom.

,,En Metallica dan?", vroeg ik na afloop van zijn les. Want daar hoor je iedereen altijd over.

,,Oh ja, die was ik vergeten", zei meester Jacob. ,,Dat is de grootste van de groten."

Toen de les van meester Jacco, die zijn persoonlijke band met metal toelichtte (het is erg rustgevend) en aan de hand van een globe liet zien dat het overal vandaan kan komen, zelfs uit Zuid-Afrika, Kroatië en Noorwegen, waar ze er een tijdlang kerken bij in de fik hebben gestoken. Het komt zelfs uit Duitsland. ,,Als er wordt gezegd dat negers zo muzikaal zijn, nou, dat hebben Duitsers ook."

Het ging hem om de speedmetal, Trashmetal, Death Metal en Black Metal. De komende tijd, voorspelde hij, beleven we de opkomst van Doom Metal, een soort Black Sabbath maar langzamer.

Ik weet nu dat de grote vier van de Trashmetal zijn: Anthrax, Megadeth, Slayer en Metallica. Bands met logo's. Van die vier vond ik persoonlijk Angel of Death van Slayer het beste, want daar zat een goeie gitaarsolo in. Maar de gitarist, die Hanneman heet, is al dood, kreeg ik te horen. En de zanger heeft inmiddels een metalen plaat in zijn nek vanwege het vele headbangen.

Na de les was er overhoring. We moesten de verschillen aangeven tussen Death, Thrash en Black en verdomd, het lukte nog aardig ook. Ook moesten we met een nummer mee airdrummen.

Wat ik er uiteindelijk van heb opgestoken is dat er een emoticon bestaat voor twee opgestoken vingers: \m/. En dat metalmensen vaak iets half zijn. Ze missen een long of vingers, ze zijn half Italiaans, Chileens of Deens. Er is altijd wat.



zondag 31 januari 2016

Je krijgt mij niet in de kist

Toen Ritsko van Vliet junior met zijn eerste vrouw optrad als illusionistenduo, had hij daar veel succes mee.

Dat vertelde hij vanmiddag in een talkshow in het HCL, waar ik de vragen stelde en we gezellig samen op een bankje voor het publiek zaten. 

Maar toen de relatie op zijn eind liep was het met de optredens ook gedaan.

Zijn tweede vrouw zei tegen hem: ,,Je krijgt mij niet in de kist." Ze had het niet over het graf, al klinkt dat wel zo, maar over zo'n kist waar je een vrouw indoet en haar vervolgens doormidden zaagt.

Hij vertelde meer van dat soort dingen. In de jaren zeventig werkte hij veel als discjockey in Duitse bars met topless bediening.

Daar deed hij ook wel eens een goocheltruc tussendoor en dan sprak hij het publiek toe. Zijn Duits was slecht, vertelde hij, in tegenstelling met dat van zijn vader, die er prat op ging dat hij zijn talen goed beheerste. 

Maar juist dat Duits à la Rudi Carrell sloeg goed aan, zei junior. Bij een kaarttruc vroeg hij dames ,,wollen Sie bitte mal blasen'', als ze moesten blazen. Maar blazen is ook pijpen in het Duits. Dus die hield hij erin. Zijn vader had zich rot geschaamd.

De foto boven is van Jelmar Helmhout. Die hiernaast maakte Ad Fahner, voor de kist die in de voorstelling met Ritsko junior over Ritsko Senior gebruikt wordt. Je krijgt mij voorlopig hopelijk nog niet in de kist, maar ervoor wil ik best even netjes gaan zitten.














woensdag 27 januari 2016

Speelen met knikkerts




In 1789 verscheen Heedendaagsche Historie of Tegenwoordige Staat van Friesland (met naauwkeurige Printverbeeldingen en Landkaarten versiert), een overzicht van de provincie door verschillende schrijvers. Het stuk over Ameland is geschreven door Johannes Burger, de gereformeerde dominee van Hollum en Ballum.

Hij meldt ondermeer:
Voorts leeft men er zeer stil: te kaatsen, in de herbergen te gaan drinken enz. is hier niet in gebruik, en onder de jonge lieden wordt weinig tot vermaak en uitspanning gedaan, dan het speelen met knikkerts, en 't sleedjagen geduurende den Winter.
Een groep Hollumers was zaterdag in Leeuwarden voor pakafrekenen.  Spelen met knikkerts, daar doe je tegenwoordig niemand meer een plezier mee. Dus we gingen door de stad lopen, de Oldehove op (,,Dut het toch godverdomme niks meer met pakofrekenen te maken wel?" mopperde iemand toen hij hijgend en puffend de hoogte van de klokken had gehaald).

Onderweg kwamen we Jacob van Essen tegen, die deze groepsfoto maakte.

Uiteindelijk belandden we ook nog eens in de herbergen, alweer niet om met knikkerts te spelen. We kunnen rustig stellen dat de Amelanders waar Burger het in 1789 over had niet meer bestaan.

Burger schrijft ook dat de Amelander vrouwen zo trouw waren, terwijl hun mannen op zee zaten. Dat komt van het voedsel, beweert hij.
Haar kost is zeer eenvoudig: want dewyl hier in den zomer geen versch vleesch te krygen, en de voorraad van groenten ook zeer gering is; zo behelpen zy zich met visch en allerhande meelspyzen, aan welke zy zo gehecht zyn, dat de meeste zelfs in andere spysen geen smaak vinden; waaraan men, mogelyk, eenigszins heeft toe te schryven, dat men hier zelden van vrouwen hoort, die zich, niet tegenstaande de langduurige afweezigheid haarer mannen, met anderen te buiten gaan.
Of dat aan het eten ligt weet ik niet, maar ook nu, in 2016, ging niemand zich met anderen te buiten.

vrijdag 1 januari 2016

Een file voor het strand

Schumi, de hond van pa, had vanmorgen vooral belangstelling voor de vele andere honden op het strand. We waren er, om bij de Amelander nieuwjaarsduik te kijken, een evenement dat drukker was dan ooit tevoren.

Er stond een file voor de parkeerplaats voor het strand, en mensen zetten hun auto in de berm, tot aan de vuurtoren aan toe. Er waren iets van 350 deelnemers en het was, als vanouds, voorbij voor je het goed en wel door had.

Het opmerkelijkst waren de mensen - het waren er maar een paar - die met selfiestick en al de zee inrenden en weer terug. Lijkt me het begin van een nieuwe trend.




Zo vreemd was die file niet. Het was aangenaam vroeg voorjaarsweer, volop wandelaars, en ik betrapte me erop dat ik stilletjes blij ben met de opwarming van de aarde. Een goed begin van 2016.

woensdag 30 december 2015

Taal van de karakterboot



I. Af en aan

De boot die om half zeven 's ochtends van Ameland vertrekt schijnen ze de karakterboot te noemen. Want half zeven, dat is erg vroeg.

Er zaten dan ook maar een paar mensen op, onder wie Paulus. De boot had nogal wat vertraging (,,dat is gratis ontstressing", zei Paulus) maar na anderhalf uur verscheen dan toch bovenstaande tekst op de schermen, die betekent dat we er haast zijn.

,,Er staat dat de boot afmeert", zei Paulus. ,,Maar moet het niet aanmeren zijn?"

Zeven jaar geleden had ik me dat ook al eens afgevraagd, zie mijn blog hier. Ik zat toen op de boot van Terschelling, waar op het scherm stond: ,,De boot gaat aanmeren. (...) Wilt u op uw plaatsen blijven zitten tot de boot is afgemeerd."

Eerlijk gezegd weet ik het verschil nog steeds niet. De taalgids van Onze Taal zegt dat het tegenwoordig allemaal hetzelfde betekent en je vroeger aan het woord 'meren' al genoeg had, want dat betekende vastleggen van een schip. Vandaar meerpaal.

II. Meewerkend voorwerp

Meer taal. Er staat ook Automobilisten en fietsers worden verzocht zich naar het autodek te begeven. Tegenwoordig is dat redelijk ingeburgerd, maar vroeger op school kwam er een dikke rode streep door. Want automobilisten en fietsers zijn niet het onderwerp van de zin, maar het meewerkend voorwerp. die persoonsvorm worden had wordt moeten zijn.

Zet het weggelaten woordje aan er maar voor, dan is het meteen duidelijk. Aan automobilisten en fietsers wordt verzocht zich naar het autodek te begeven.

Tot zover de karakterboot.




donderdag 24 december 2015

Star Wars VII-b: The Search for Twingo



Een bezoek aan de zevende Star Wars-film, The Force Awakens, in de enorme Imax-bioscoop in Amsterdam, is een belevenis, maar ook een aanslag op het korte-termijngeheugen.

Ik (alle films gezien in de bioscoop, wel eens in de Skywalker Ranch geweest) was er met Rik (alle films gezien,  jaloers op wie ze allemaal in de bioscoop heeft gezien), Iris (heeft de films gezien in de door George Lucas aangegeven volgorde), Sybrig (de oudste drie films onlangs voor het eerst gezien, vroeger thuis was dat een mannenzaak, bovendien vond ze films snel griezelig), Coen (had al van een vriend gehoord wie er in de film sneuvelt, fijne vrienden zijn dat) en Menko (niet gevraagd, heeft ze vast ook allemaal achter de kiezen).

De film was een genot. In de bomvolle zaal applaudisseerden mensen toen de Millennium Falcon voor het eerst in beeld kwam, het ruimteschip uit vorige films, en ook als andere oude bekenden opdoken. We zaten nogal vooraan, waardoor de 3D niet fantastisch was, soms zag je dingen dubbel, vooral als ze wit of helder verlicht waren tegen een donkere achtergrond. Dat heb je in avonturenfilms in de ruimte nogal eens.

Zelf was ik met de trein gekomen, en ik zou met Rik in de auto mee terug naar het Noorden.

Maar de film had bij hem en Iris elke herinnering gewist aan waar die auto stond. Zodat we, met het reeds betaalde kaartje, de parkeergarage bij de Arena van voor naar achter doorliepen.

Rik en Iris liepen steeds sneller, en de rest leek het verstandig om er wat afstand van te nemen want mensen zijn vaak wat prikkelbaar op zulke momenten.

Op de foto hierboven zie je Menko en Coen gehurkt loeren naar het stel, dat ergens tussen de auto's naar een auberginekleurige Twingo zoekt.

,,Hij staat in het andere deel van de parkeergarage", legde een breed lachende man achter glas in een portiershokje (er zaten er twee, de andere lachte nog veel breder) uit, toen het besluit was gevallen om het maar ergens te gaan vragen. Zij konden het, zo bleek, aan het kaartje zien.

Iris wilde nog met ze in discussie over dat de bordjes en plattegronden hier niet deugen, maar daar gingen de mannen achter glas alleen nog maar breder van lachen.