zondag 30 augustus 2015

Een trip over Psy-fi



,,Deze bal is van perspex", vertelde deze jongen, zo te horen Frans, die op Psy-fi een doorzichtige bol  soepel over zijn handen, armen en schouders liet rollen. Het leek of de kogel uit zichzelf bewoog en hij er wat onderdoor danste.

Dit is hem nog een keer.

Ik was vanmiddag op Psy-fi, het festival op de Groene Ster bij Leeuwarden voor hippies van nu. Ze komen overal vandaan, begrijp ik, maar je hoort vooral veel Duits.

Er was een rondleiding over het terrein, waarvoor ik me braaf had aangemeld. Burgemeester Eric ter Keurs van Tytjerksteradiel was er ook bij. Hij was de enige op het terrein met een stropdas.


Froukje Bouma paste er beter bij, die had zich in de bloemen gestoken.

Over uiterlijkheden gesproken: die nieuwe hippies zien er niet allemaal vreemd uit, er lopen zat gewone festivalbezoekers met bier, maar hier zijn wel meer dan gemiddeld mannen met vervilt haar of zo'n knotje met een veer erin, en van die sprookjesmeisjes.

Overal, ook op het festivalterrein, staan tenten.

Ik had gedacht dat het er een enorme herrie zou zijn, maar zo extreem luid was het  niet. De Love Parade in Berlijn, dat was pas een teringherrie.

Er waren een stuk of vijf podia, maar er speelt niet een band. Alle muziek komt hier van dj's met laptops. Bij de tenten zie je ook geen mensen met gitaren of zoiets. Dat is een verschil met de hippies van vroeger.



Iemand leverde met zijn T-shirt een bijdrage aan de discussie rond Zwarte Piet.

De man met de gele hoed ervoor meende dat ik hem op de foto had gezet en stak zijn beide duimen op. Hij was een beetje teleurgesteld toen ik vertelde dat ik iemand achter hem had gekiekt. Daarom maakte ik nog maar een foto van hem, maar die is niet bijzonder.



Dit is geen dam, maar een rechtopstaande stapel stenen, zorgvuldig in evenwicht gezet door een man met een petje, die dat de hele dag al deed, getuige meer van zulke stapels. Ik vermoed altijd dat er lijm tussen zit, maar het zag er echt uit allemaal.

,,Dat is een kunstenaar", zei onze rondleidster, en ze noemde zijn naam, die ik vergeten ben.


Een eindje verderop zat iemand die leek te bidden of te mediteren, maar hij probeerde ook stenen te stapelen, net als de kunstenaar.

Eentje stond al, en de steen erbovenop was hem bijna gelukt, vertelde hij.



Opmerkelijk is het grote fort van strobalen, op de hoeken dichtgestreken met leem.

Het strokasteel heeft zelfs een nooduitgang met zo'n groen lampje. Er is geen dak, wel een scherm van overlappende gekleurde doeken.

Het stro wordt vochtig gehouden met een sprenkelinstallatie.  Binnen dat fort werd gedanst, maar eenmaal buiten hoor je er niks meer van.

,,Je moet de volgende keer een labyrinth van strobalen bouwen", zei ik tegen de rondleidster. Want het is erg mooi en enorm geluiddempend.

,,Dan mogen we wel een half jaar van tevoren beginnen met opbouwen", zei ze.

Op het terrein is een Magic Forest en een Mystical Forest, die we van de rondleidster niet door elkaar mochten halen.

In een van de twee hingen in elk geval een soort gehaakte mandala's.

,,Eigenlijk moet je vanavond weer komen", zei Piet van der Wal, die erbij was. ,,Dan is alles verlicht."

Piet was vroeger ook hippie, hij heeft Pink Floyd nog zien optreden met Syd Barrett. Dus zou je verwachten dat hij voor deze gelegenheid zijn hippiekleren aan zou hebben getrokken.

,,Die heb ik helemaal niet", zei hij. ,,Maar vind je mijn sokken niet mooi?"
Ook opmerkelijk: er is een pontje, een vlot met leuningen eigenlijk, dat met mankracht langs een touw heen en weer getrokken wordt.

'At your own risk", stond erbij. 'Max 8 persons'. Maar daar trok niemand zich wat van aan.


Aan de overkant stond in grote houten letters We Are One, zodat ik de rest van mijn rondwandeling Pat Benatar in mijn hoofd had, Love is a Battlefield. Terwijl ze eigenlijk zingt We are young.

Stom nummer, maar raak het maar eens kwijt.



Er liep ook iemand die zowel aan Fu Manchu als aan Darth Vader deed denken. Ik geloof niet dat hij het begreep toen ik dat tegen hem zei.





Nog wat losse plaatjes. De onderste is de achterkant van de mooiste indianentooi die ik ooit heb gezien, los van Wanuskewin.




De rondleiding werd afgesloten met prosecco en hapjes, zoals deze toostjes met meelworm en pesto of  gefrituurde sprinkhaantjes. Best lekker vond ik, vast en zeker gezond en je kon er veel van eten want niet iedereen hoefde ze.

donderdag 27 augustus 2015

The best of Edmundo Ros

,,Het is gelukkig heerlijk weer!", riep Evert Quarré me toe, terwijl ik hem voorbijfietste. Ik kende hem niet, maar hij stelde zich aan me voor. Hij sprak veel luider dan noodzakelijk en droeg een doorzichtig plastic tasje mee met een elpee erin.

Dit weer vond hij lekker en morgen werd het nog beter, hadden ze hem verteld. Dat was goed, want slecht weer houdt hij niet van. Op de Willemskade is hij wel eens bij een storm ondersteboven gewaaid, het was allemaal bloed.

,,Wat voor plaat heeft u gekocht?", vroeg ik en hij hield hem omhoog: The best of Edmundo Ros, met een aantrekkelijke dame op de hoes. Al vertellend streek hij achteloos met twee vingers over de hoes, precies waar de borsten van de dame waren.

Thuis had hij nog veel meer platen, zeker wel honderd. Zelf had hij ook lang in de muziek gezeten, hij had gezongen bij allerlei begeleidingsorkesten.

,,Dat geloof ik best", zei ik. ,,U hebt een duidelijke stem."

,,Ja, ik heb een duidelijke stem", beaamde hij.




zondag 23 augustus 2015

Een sjamaan als weerman


Het portret hiernaast zou Hosteen Tso moeten zijn. Hosteen Tso was een Navajo-sjamaan en zanger, die door regisseur John Ford werd geraadpleegd over het weer.

De laatste tijd heb ik wat films van Ford gekeken, westerns vooral. Die nam hij meestal op in Monument Valley, herkenbaar aan die grillig omhoogstekende bergen.

Dankzij John Ford hoort dat landschap nu bij ons beeld van het Wilde Westen. Ze hebben in Monument Valley zelfs een uitkijkpunt John Ford's Point genoemd.

Tijdens de opnamen van Stagecoach, zijn eerste western daar (de foto boven komt daaruit) hoorde Ford van het bestaan van Hosteen Tso, een medicijnman die voor goed weer zou kunnen zorgen. Tso schijnt 'dik' te betekenen in het Navajo, daarom noemde Ford hem Fatso.

Elke ochtend kwam Tso met een tussenpersoon een weerrapport brengen bij Ford. Of, volgens biograaf Joseph McBride: elke ochtend kwam Tso met die tussenpersoon en bestelde Ford het weer dat hij de volgende dag voor de opnamen nodig had.

Ze namen dan een borrel en vervolgens vertaalde de tussenpersoon het verzoek van Ford in het Navajo en de volgende dag was er het gewenste weer, door toedoen van deze sjamaan. Ford was onder de indruk en tevreden en betaalde Tso 15 dollar per dag.

Tot het een keer misging. Er kwam heel ander weer dan Ford besteld had. Hij vroeg om uitleg. ,,Mijn radio is kapot", zei Tso.

donderdag 20 augustus 2015

Over smaak valt best te twisten


Het begon met dit plaatje, dat op Facebook volop gedeeld wordt, afkomstig uit Tulp Magazine, een reclameblad dat in Nieuw Vennep gemaakt wordt.

Het glossy lifestyle magazine voor de echte levensgenieter (zoals ze zichzelf noemen) gebruikt de Waterpoort van Sneek als illustratie voor een reclamestuk over 'Leeuwarden, hoofdstad van de smaak'.

Als je er op Facebook op reageert, krijg je bericht van Marketing Leeuwarden dat het een foutje was en rechtgezet zal worden. Online schijnt dat inmiddels klaar te zijn, maar het blad is al gedrukt.

Zulke dingen maken vrolijk en creatief. Dus ik maakte nog een paar van dat soort platen, want zoiets smaakt naar meer.


Het taboe op Ben-Hur in Groningen

Woensdagavond deed ik in Forum Images in Groningen een gesprek voor publiek met documentairemaker Robert Oey, over zijn documentaire Vandaag Kopen we een Vliegtuig (31 augustus op tv).

Na afloop ging mijn trein nog lang niet, dus ik dronk een biertje met programmeur Henk Klein Wassink, die laatst ook aan die filmquiz heeft meegedaan.

Forum Images heette vroeger Camera en was de mooiste bioscoop van Groningen, vooral de grote zaal mocht er zijn. ,,Die is er nog steeds", zei Henk. ,,Maar het is nu een evenementenzaal. We kunnen er op drie muren projecteren, maar we draaien daar geen films meer."

Vroeger wel, toen konden ze er zelfs 70 milimeterfilms vertonen, wat altijd een onvergetelijke ervaring is. Ik heb er ondermeer Brainstorm en Dune gezien. Toen ik al uit Groningen was vertrokken, hadden ze er een tijdje een filmfestival, steeds met een klassieker op 70 milimeter als opening.

,,We hebben Spartacus gehad, Lawrence of Arabia, Ben-Hur...." vertelde hij. ,,Maar over Ben-Hur moet je hier nooit beginnen. Dat is taboe."

Waarom niet, wilde ik weten.

Hij vertelde dat de film 's middags arriveerde, in grote metalen koffers met elk twee rollen (70 milimeter is breed, twee keer breder dan het fotorolletje van vroeger). Ze moesten allemaal nog aan elkaar gemonteerd worden.  Pas toen kwam aan het licht, dat de beroemde paardenrennen-scene voor een flink deel ontbrak, daar was de kopie blijkbaar beschadigd geweest.

Ze hebben het publiek van tevoren ingelicht, maar oudgedienden in die bioscoop schamen zich nog steeds.

maandag 17 augustus 2015

De les van omke Bonne


In de grote ruimte van Tresoar draait bij wijze van tentoonstelling een tafelkleed rond of het een grammofoonplaat is.

Of tafelkleed, het is maar een vrij klein lapje. Het is van Fedde Schurer geweest, of vermoedelijk van zijn vrouw Wil. Elke keer als er een beroemd iemand kwam eten, vroeg ze die een handtekening op het kleed te zetten en die borduurde ze dan later na.

Ik moest vanmiddag even wachten, terwijl iemand van Tresoar de notulen van het Frysk Orkest voor me uit de archiefkasten opdiepte. Daarom bekeek ik dat geborduurde kleed wat beter; bij het wassen is het geel soms een beetje uitgelopen. (Op de foto, met mijn mobieltje gemaakt, lijkt het trouwens allemaal geel, in het echt zit er meer variatie in)

En ik zag er zomaar familie opstaan. Daar tussen S. J. van der Molen, Oene Bult, Rink van der Velde en Ed Hoornik staan omke Bonne (Dijkstra) en tante Els. Ik zag ze in een keer weer voor me, vooral het spierwitte en altijd keurige haar van tante Els. 

Omke Bonne (hij was niet echt mijn oom, maar een neef van mijn moeder, of zoiets) was kinderarts in Heerenveen. Elke zomer logeerden ze een week of wat op het Kooihuis, en later bij pake in de bungalow in Ballum, omke Bonne schilderde dan. 

Thuis schilderde hij dat natuurlijk ook. De laatste keer dat ik Bonne en Els zag was rond 1990, toen ze in Oranjewoud woonden. Omke Bonne was al met pensioen en had een schuurtje, achter in de tuin, als atelier.

Dat schilderen vond ik als kind bijna magisch, omke Bonne kon fantastisch bomen, weilanden en heide en zo schilderen. Allemaal soorten groen, je kon het bijna ruiken en horen. 

,,Het is net een foto", heb ik eens, diep onder de indruk, gezegd. Omke Bonne, altijd de bedaarde en begrijpende kinderarts, heeft me toen uitgelegd dat je dat nooit tegen een schilder moet zeggen.

Naschrift:


Mevrouw Harmke Brinksma uit Oranjewoud stuurde een dag nadat ik het bovenstaande had getikt een mail:
Wat ontzettend leuk uw verhaal over het kleedje en de handtekeningen te lezen. Wij, mijn man Henk en ik, kwamen in 1986 in Oranjewoud wonen. Dr. Bonne Dijkstra en zijn vrouw Els waren onze buren. 
Helaas zijn ze allebei al overleden en er wonen andere mensen in het huis, dat Bonne zelf heeft laten bouwen. Het atelier van Bonne staat er nog, maar de bomen die hij voor de eeuwigheid geschilderd heeft staan er niet meer. 
Bonne was een bijzondere man en een geweldige schilder. Autodidact! Ook was hij een hele goede kinderarts. Toen onze dochter van anderhalf in een weekend ernstig ziek werd, kwam hij steeds kijken hoe het met haar ging. 
Hij was al gepensioneerd, maar bleef arts in hart en nieren. Toen hij zelf ziek was geweest en daarna iets opknapte ging hij met potlood en papier op een stoeltje op ons overdekte terras zitten en tekende alle bomen en planten van onze tuin. 
(Een afbeelding stuurde ze mee)